Direct naar de inhoud
Vanquarters
← Kennisbank

Regels

Je bus laten inschrijven als kampeerauto: de eisen in Nederland en Duitsland

Een bus wordt geen camper doordat er een bed in staat. Hij wordt een camper op het moment dat de RDW hem als kampeerauto registreert, en dat gebeurt alleen als de inrichting aan vier eisen voldoet en vast aan de carrosserie zit. Dit is wat er precies moet, wat het kost, en wat er per 1 januari 2026 aan de wegenbelasting is veranderd.

Bijgewerkt op 18 min lezen

Nederland: de vier eisen van de RDW

De RDW registreert een omgebouwde bus als kampeerauto onder voertuigcategorie M1 met carrosseriecode SA. Om die code te krijgen moet er in het woongedeelte een viertal voorzieningen aanwezig zijn, en die moeten alle vier vast aan het voertuig bevestigd zijn. Los neerzetten telt niet, ook niet als het zwaar is.

  • Zitplaatsen en een tafel. De tafel mag afneembaar zijn, maar moet een vaste opname hebben.
  • Een bed. Dat mag je van de zitplaatsen maken — een zit-slaapbank telt dus mee.
  • Een kookgelegenheid, vast gemonteerd. Gas, spiritus, diesel of elektrisch mag allemaal.
  • Opbergruimte. Een kast of een lade — een kist die los op de vloer staat is het niet.

Vast bevestigd betekent: aan de carrosserie, en niet aan de vloerplaat die je er zelf in hebt gelegd. Een keurmeester tilt aan je meubels. Wat beweegt, is niet vast, en dan gaat de hele keuring niet door om één beugel.

De keuring: afspraak, duur en kosten

  1. 01

    Afspraak maken

    Online bij de RDW, met DigiD of eHerkenning. Je rijdt op de dag zelf via de kortste route van je woonadres naar de keuringslocatie; de bus moet verzekerd zijn en rijklaar.

  2. 02

    De keuring zelf

    Reken op ongeveer drie kwartier. Wees een kwartier van tevoren aanwezig, met kentekenbewijs en een geldig identiteitsbewijs.

  3. 03

    Nieuw kentekenbewijs

    Ging je bus van categorie N — bedrijfsauto — naar M, dan krijg je een nieuw kenteken. Na akkoord van RDW én Belastingdienst valt het kentekenbewijs binnen vijf werkdagen op de mat. Pas dán mag je ermee de weg op.

PostBedragWanneer
Standaardkeuring, 5 tot 9 aspecten€ 72,50De meeste ombouwen
Uitgebreide keuringVanaf € 675Zodra je aan de zitplaatsen zelf sleutelt — extra gordels, een gedraaide bank

Het verschil tussen die twee bedragen is de reden waarom bijna alle zelfbouwers de originele stoelen laten zitten en er niets aan veranderen. Zitplaatsen zijn het duurste stuk regelgeving in het hele project.

Twee lijsten met eisen: die van de RDW en die van de belastingdienst

Dit is het stuk dat duizenden euro's waard is, en je hebt het volledig zelf in de hand — als je het weet vóórdat je begint. Er bestaan namelijk twee lijsten met inrichtingseisen. De RDW kijkt of het een kampeerauto is; de Belastingdienst kijkt of het er voor de bpm ook eentje is, en die tweede lijst gaat verder. Wie beide lijsten vanaf de eerste schets naast zich legt, voldoet er in één keer aan — het scheelt namelijk vooral in wáár je dingen zet, en veel minder in wat het kost.

Bouw je een bestelbus om tot kampeerauto, dan is er bpm verschuldigd — ook als de bus ouder is dan vijf jaar. De vrijstelling voor bestelauto's van ondernemers is per 1 januari 2025 afgeschaft, dus die route bestaat niet meer. Voldoe je aan de inrichtingseisen voor kampeerauto's, dan geldt het tarief voor een bijzondere personenauto; voldoe je er niet aan, dan het volle personenautotarief. Het verschil tussen die twee is precies waar dit hoofdstuk over gaat.

De eis die de meeste bussen doet sneuvelen is de ruimte-eis. In de binnenruimte — het deel achter de bestuurders- en bijrijdersstoel in hun achterste stand — moet een denkbeeldig blok passen van minimaal 170 cm hoog, 200 cm lang en 90 cm breed. Een lage bus haalt dat nooit: die zit rond de 140 cm. Zit je binnenruimte tussen de 130 en de 170 cm, dan mag je hem ophogen met een vast verhoogd dak of een hefdak, mits die verhoging zelf minstens 100 cm lang en 90 cm breed is.

EisRDW, voor de code M1/SABelastingdienst, voor het bpm-tarief
BinnenhoogteGeen eisMinstens 170 cm, over 200 cm lengte en 90 cm breedte
SlaapplaatsenEen bed; mag uit de zitplaatsen gevormd wordenVoor ten minste twee personen, en niet gevormd uit de bestuurders- en bijrijdersstoel
KookgelegenheidAanwezig en vast gemonteerdEen vast keukenblok met een werkblad van minstens 60 cm hoog, met ingebouwde watervoorziening: spoelbak, kraan en afvoer
BergruimteAanwezigVast én afsluitbaar
BevestigingVast in het woongedeelteVast ingebouwd

Twee dingen volgen hieruit meteen. Een lage bus zonder verhoogd dak kan het gunstige bpm-tarief niet halen, hoe mooi je hem ook inbouwt. En je keuken moet een spoelbak met kraan én afvoer hebben — een kookplaat op een plank is voor de RDW genoeg en voor de belastingdienst niet. Kijk daar naar vóórdat je begint te bouwen, want achteraf verplaatsen kost je een tweede inbouw.

Wat er per 1 januari 2026 veranderde aan de wegenbelasting

Tot en met 2025 betaalde een kampeerauto een kwart van het tarief dat een personenauto in dezelfde gewichtsklasse betaalt. Per 1 januari 2026 is dat kwarttarief vervallen en geldt het halftarief: je betaalt nu de helft. Voor een camper van 3.500 kilo scheelt dat grofweg duizend tot dertienhonderd euro per jaar. Dat is geen detail — het is voor veel mensen het verschil tussen wel of niet doorgaan, en het staat op de meeste sites nog verkeerd.

  • Het bijzondere tarief krijg je niet automatisch: je moet het zelf aanvragen bij de Belastingdienst.
  • De aantekening 'kampeerauto' op je kenteken is niet genoeg — je inrichting moet ook blijvend aan de eisen voldoen.
  • Sloop je later je keuken eruit, dan vervalt het tarief met terugwerkende kracht en betaal je het volle bedrag.

Welk rijbewijs je nodig hebt

Met rijbewijs B rijd je alles tot en met 3.500 kilo toegestane maximummassa. Vrijwel elke bestelbus die als camper wordt omgebouwd zit precies op die grens, en dat is geen toeval: fabrikanten leveren ze zo af omdat de hele markt op rijbewijs B rijdt. Ga je erboven, dan heb je C1 nodig — geldig tot 7.500 kilo, met een medische keuring en een aparte opleiding. Belangrijker nog: de grens geldt voor de toegestane maximummassa op je kentekenbewijs, niet voor wat je bus toevallig weegt.

Reken uit wat je overhoudt aan laadvermogen

Duitsland: de Wohnmobilzulassung

De Duitse eisen staan in § 2 nummer 21 van de Fahrzeug-Zulassungsverordnung en lijken sterk op de Nederlandse: tafel en zitgelegenheid, slaapgelegenheid, kookgelegenheid en bergruimte, alle vast in het woongedeelte aangebracht. De tafel mag ook daar afneembaar zijn, mits hij een vaste opname heeft. De afname doet geen keuringsstation maar een erkende deskundige van TÜV, DEKRA, GTÜ of KÜS, die bij goedkeuring een Eintragungsbescheid afgeeft.

Sinds 2012 staat er landelijk geen minimale sta-hoogte meer in de regels. In de praktijk verlangen sommige keurders — vooral in Beieren en Baden-Württemberg — nog steeds dat iemand van gemiddelde lengte, zo'n 170 cm, rechtop bij de kookplaats kan staan. Bel je keuringsinstantie vóórdat je bouwt, niet erna.

Bouwen met de keuring in je achterhoofd

  • Schroef je meubels aan de carrosserie, niet aan je eigen vloer. Gebruik de bestaande bevestigingspunten van de fabrikant waar die er zijn.
  • Zorg dat de kookgelegenheid al gemonteerd is als je komt. Een losse kooktoestel op het werkblad is geen kookgelegenheid.
  • Maak foto's van de bevestigingen vóórdat je afwerkt. Als een keurder ernaar vraagt, is dat het verschil tussen uitleggen en demonteren.
  • Rijd niet met de omgebouwde bus naar de keuring zonder verzekering die de ombouw dekt.

Deze pagina is bijgewerkt in september 2026 en beschrijft de regels zoals ze dan gelden. Regelgeving verandert — het halftarief is daar het bewijs van. Controleer bedragen en eisen altijd bij de RDW of bij je Duitse keuringsinstantie voordat je erop rekent.

Wat je hiervoor nodig hebt

Deze onderdelen verkopen wij (nog) niet los. De lijst staat er omdat dit is wat er in je winkelmandje hoort te liggen voordat je begint.

  • Hoekbeugels en carrosseriebouten voor de bevestiging aan de wand
  • Vaste tafelpoot met afneembaar blad
  • Inbouwkookplaat, één- of tweepits
  • Kastdeurtjes met push-to-open sluiting die op de weg dichtblijft

Veelgestelde vragen

Moet ik bpm betalen als ik mijn bestelbus ombouw tot camper?
Ja. Bij het ombouwen van een bestelauto tot kampeerauto is bpm verschuldigd, ook als het voertuig ouder is dan vijf jaar. De ondernemersvrijstelling voor bestelauto's is per 1 januari 2025 afgeschaft. Voldoe je aan de inrichtingseisen voor kampeerauto's, dan geldt het tarief voor een bijzondere personenauto; voldoe je er niet aan, dan betaal je het volle personenautotarief.
Wat is het verschil tussen de eisen van de RDW en die van de belastingdienst?
De belastingdienst is strenger. Voor het gunstige bpm-tarief moet in de ruimte achter de voorstoelen een blok passen van minstens 170 cm hoog, 200 cm lang en 90 cm breed; moet er een slaapplaats voor twee personen zijn die niet uit de voorstoelen wordt gevormd; en moet er een vast keukenblok staan met een werkblad van minstens 60 cm hoog met spoelbak, kraan en afvoer. De bergruimte moet vast én afsluitbaar zijn. De RDW stelt geen hoogte-eis en accepteert een kookgelegenheid zonder water.
Kan een lage bus het kamperautotarief halen?
Niet zonder verhoogd dak. De ruimte-eis van 170 cm hoogte haalt een bus van rond de 140 cm nooit. Zit je binnenruimte tussen de 130 en de 170 cm, dan mag je hem ophogen met een vast verhoogd dak of een hefdak; die verhoging moet zelf minstens 100 cm lang en 90 cm breed zijn.
Wat zijn de eisen om een bus als kampeerauto te laten registreren?
In het woongedeelte moeten zitplaatsen met een tafel, een bed, een kookgelegenheid en opbergruimte aanwezig zijn, alle vast bevestigd aan de carrosserie. Het bed mag uit de zitplaatsen gevormd worden en de tafel mag afneembaar zijn, mits die een vaste opname heeft. De RDW registreert het voertuig dan als M1 met carrosseriecode SA.
Wat kost de RDW-keuring van een omgebouwde bus?
Een standaardkeuring van vijf tot negen aspecten kost € 72,50. Zodra er aan de zitplaatsen zelf iets verandert — extra gordels, een gedraaide bank — wordt het een uitgebreide keuring vanaf € 675. Reken op ongeveer drie kwartier ter plekke.
Betaal ik nog kwarttarief wegenbelasting voor mijn camper?
Nee. Het kwarttarief is per 1 januari 2026 vervallen; sindsdien geldt het halftarief, oftewel vijftig procent van het personenautotarief in dezelfde gewichtsklasse. Voor een camper van 3.500 kilo betekent dat ongeveer duizend tot dertienhonderd euro per jaar extra. Je moet het bijzondere tarief zelf aanvragen bij de Belastingdienst.
Is er in Duitsland een minimale sta-hoogte voorgeschreven?
Landelijk niet meer sinds 2012. In de praktijk verlangen sommige keurders, met name in Beieren en Baden-Württemberg, nog wel dat iemand van ongeveer 170 cm rechtop bij de kookplaats kan staan. Vraag het na bij de keurder die jouw ombouw gaat beoordelen, vóórdat je bouwt.
Mag ik met rijbewijs B een camper van 3.500 kilo rijden?
Ja, tot en met 3.500 kilo toegestane maximummassa. Bepalend is het getal op je kentekenbewijs, niet wat de bus op de weegbrug doet. Daarboven heb je rijbewijs C1 nodig, geldig tot 7.500 kilo, met een medische keuring en een aparte opleiding.

Bronnen

Regelgeving verandert. Deze pagina is bijgewerkt op de datum hierboven; controleer bedragen en eisen bij de bron voordat je erop rekent.

  1. Busje ombouwen tot kampeerauto: eisen en keuring — RDW
  2. Inrichtingseisen bpm voor kampeerauto's — Belastingdienst
  3. Motorrijtuigenbelasting voor een kampeerauto — Belastingdienst
  4. Wanneer betaal ik bpm bij ombouw? — Belastingdienst
  5. Fahrzeug-Zulassungsverordnung, § 2 nummer 21: begripsbepaling Wohnmobil — Bundesministerium der Justiz

Verder lezen