Direct naar de inhoud
Vanquarters
← Kennisbank

Bouwen

Je bus opmeten: de zeven maten waar alles op vastloopt

De fabrieksopgave van je laadruimte is geen bouwmaat. Verschillen van drie tot vijf centimeter zijn normaal, en drie centimeter is precies het verschil tussen een kast die past en een kast die je terugstuurt. Dit is hoe je het zelf meet, met een rolmaat en een half uur tijd.

Bijgewerkt op 9 min lezen

Elke fabrikant meet zijn laadruimte anders. De één geeft de breedte op de breedste plek, de ander tussen de wielkasten; de één meet tot het kale plaatwerk, de ander tot de wandbekleding die er van origine in zit. Dat verschil zie je niet terug in de brochure, maar wel op het moment dat je een kast van 1260 mm in een gat van 1240 mm probeert te zetten.

Meet altijd ná de isolatie en de wandbekleding, of trek af wat je nog gaat aanbrengen. Twintig millimeter isolatie plus een plaat van vier millimeter kost je aan elke zijde bijna twee en een halve centimeter breedte. Dat is de meest gemaakte fout in dit hele verhaal.

Wat je nodig hebt

  • Een rolmaat van minimaal vijf meter, liefst met een stugge band
  • Een waterpas, of een telefoon met een waterpasfunctie
  • Een rechte lat van ongeveer een meter
  • Iemand die de rolmaat aan de andere kant vasthoudt

De zeven maten, op volgorde

  1. 01

    Laadlengte achter de stoelen

    Meet van de achterkant van de cabinestoelen, in hun achterste stand, tot de binnenkant van de dichte achterdeuren. Dit is de maat die bepaalt welke indelingen überhaupt kunnen. Meet hem op vloerhoogte én op tafelhoogte: bij bussen met een schuine achterwand scheelt dat tot vijf centimeter.

  2. 02

    Breedte op heuphoogte

    Op ongeveer 900 mm boven de vloer, want daar zitten je werkblad en de bovenkant van je kasten. Meet op drie plekken: vlak achter de stoelen, in het midden, en bij de achterdeuren. Neem de kleinste van de drie. Bijna elke bus loopt naar achteren toe iets toe of iets uit.

  3. 03

    Breedte tussen de wielkasten

    De smalste plek van je hele bus, en meteen de maat die bepaalt of een dwarsbed kan. Meet op het breedste punt van de wielkasten, niet erboven. Wie een dwarsbed wil moet daar juist bovenuit komen, en dan telt de breedte op bedhoogte — meet die apart.

  4. 04

    Hoogte vloer tot dakhemel

    Meet in het midden van de bus, want het dak is vrijwel nooit vlak. Ga je nog een vloer leggen, trek die dikte er dan af: een balklaag van 20 mm met een plaat van 12 mm en vinyl kost je ruim drie centimeter sta-hoogte.

  5. 05

    Hoogte van de wielkast

    Van de vloer tot de bovenkant van de wielkast. Deze maat bepaalt op welke hoogte een dwarsbed op zijn vroegst kan liggen, en of er onder dat bed nog een fiets past.

  6. 06

    Schuifdeuropening

    Breedte en hoogte van het gat, plus de afstand van de achterkant van de stoelen tot de voorrand van de opening. Zet je daar een kast tegenaan, dan gaat de deur nog wel open maar loop je er niet meer door. Dat merk je pas op de camping.

  7. 07

    Achterdeuropening

    Breedte en hoogte, en let op de drempel. Alles wat je in één stuk naar binnen wilt krijgen moet hier doorheen. Een bedframe van 1900 mm gaat niet door een opening van 1560 mm, ook niet schuin.

Hoeveel speling houd je aan

Tien millimeter aan elke zijde. Een bus is geen keuken: hij vervormt onder belasting, de wanden zijn nergens vlak, en op een slechte weg beweegt alles. Die tien millimeter vangen dat op. Je vult ze op met een lat of een afdeklijst — dat is vijf minuten werk, het ziet er af, en je hebt er daarna nooit meer omkijken naar.

Onze eigen busmaten zijn fabrieksopgaven en dus indicatief. Ze zijn goed genoeg om te zien welke indelingen kansrijk zijn, en niet goed genoeg om op te bestellen. Vul in de configurator altijd je eigen gemeten maten in — daar is dat veld voor.

Vul je maten in de configurator in

Veelgestelde vragen

Kan ik de fabrieksmaten van mijn bus gebruiken?
Om te kijken welke indelingen kansrijk zijn wel, om te bestellen niet. Fabrikanten meten op verschillende plekken en rekenen de wandbekleding wisselend mee; verschillen van drie tot vijf centimeter zijn normaal. Meet de laadlengte, de breedte op heuphoogte en de breedte tussen de wielkasten altijd zelf.
Meet ik voor of na het isoleren?
Na het isoleren en na het aanbrengen van de wandbekleding. Isolatie plus bekleding kost aan elke zijde al gauw 24 mm, dus bijna vijf centimeter over de hele breedte. Meet je vooraf, trek dat er dan af en noteer wat je hebt afgetrokken.
Hoeveel speling moet ik aanhouden?
Tien millimeter aan elke zijde. Minder gaat kraken zodra de bus onder belasting vervormt, meer is zonde van de ruimte. Het gat vul je op met een lat of een afdeklijst.

Verder lezen